NAVIGEER SNEL:

Kaft
Inleiding
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: Waarom deze opdracht belangrijk is. 
Hoofdstuk 2: Wat hebben we gedaan tijdens de opdracht
Hoofdstuk 3: Theoretische verdieping
Hoofdstuk 4: Werkmethoden
Hoofdstuk 5: Resultaten en conclusies
Hoofdstuk 6: Evaluatie en aanbevelingen
Hoofdstuk 7: Literatuurlijst
Hoofdstuk 8: Logboek
Hoofdstuk 9: Bijlagen
Nog even dit........ Afbeeldingen
Nog even dit........ Hoe vermeld je bronnen?


 

ALGEMEEN:
Aan het begin van dit project, toen jullie de opdracht kregen hebben jullie een Plan van Aanpak gemaakt. Nu je aan het eind van de opdracht gekomen bent rond je het project af met met een eindverslag. In dit eindverslag maken jullie duidelijk wat je allemaal gedaan en geproduceerd hebt. 
Lees dit voorschrift heel erg nauwkeurig! Misschien kom je hoofdstukken tegen waarvan je denkt dat je wel weet wat er bedoeld wordt. 
Ga niet af op alleen titels maar lees het voorschrift heel goed. De beoordeling van je eindverslag is namelijk gekoppeld aan dit voorschrift.

 


 

DE NITWIT-REGEL

Een nitwit is een persoon die niets weet. De nitwit-regel zegt iets over de stijl waarin je dit verslag schrijft en over hoe duidelijk je moet zijn. Je schrijft een eindverslag op een dusdanige manier dat iemand die niets weet van jullie opdracht, na het lezen van jullie eindverslag precies weet wat jullie gaan doen, hoe en waarom. 

Ga er niet van uit dat de lezer van het eindverslag iets weet over jullie opdracht. De lezer weet niets en is dus een NITWIT! 

 


KAFT
[aangepaste kopie van PVA; zelfde als N1]

De kaft van je eindverslag moet voorzien zijn van de titel van je verslag, je (jullie) naam (namen), de klas en de inleverdatum. Een zakelijke kaft is natuurlijk voorzien van voornamen en achternamen. 

Maar hoe maak je een goede kaft?
Het belangrijkste aan een kaft is dat hij moet uitnodigen tot het lezen van je verlag. Natuurlijk moet de kaft een idee geven van waar het verslag over gaat. Tijdens het maken van de kaft heb je misschien de neiging om heel veel plaatjes te gebruiken, en het liefst grappige plaatjes! Dit is op zich niet fout maar zakelijk is het zeker niet. De kaft moet vooral zakelijk zijn, hiermee wordt bedoeld dat er alleen noodzakelijke informatie op staat en dat afbeeldingen ook echt iets met de opdracht te maken hebben.

Je maakt een zakelijke kaft door één of twee afbeeldingen te gebruiken. Kies een hoofdafbeelding die een hoge resolutie heeft. Met een hoge resolutie wordt bedoeld dat de kwaliteit zo is dat je geen pixels ziet.

 
De linker zijde is extreem pixelig, de rechter zijde is van goede kwaliteit.

Deze hoofdafbeelding plaats je groot op je kaft zodat deze duidelijk een hoofdrol heeft op de kaft. Deze hoofdafbeelding moet natuurlijk wel direct iets te maken hebben met het onderwerp van je opdracht. 
De tweede afbeelding kan een logo zijn van je school of bijvoorbeeld je opdrachtgever. Ook voor deze afbeelding geldt dat hij van voldoende kwaliteit moet zijn.

De titel op de kaft moet duidelijk aanwezig zijn. Kies voor een zo groot mogelijke lettergrootte. Probeer te voorkomen dat de titel over meerdere regels heen loopt.

Voor de overige informatie zoals namen, groep, klas, inleverdatum etc geldt dat deze puur informatief zijn. Het moet te vinden zijn op de kaft maar het hoeft er echt niet uit te knallen! Plaats deze tekst, onopvallend, op je kaft. je kunt dit doen door de tekst voor de afbeelding te zetten. Als je een donkere afbeelding hebt, maak de tekst dan wit. Heb je een lichte afbeelding, gebruik dan gewoon de zwarte tekstkleur.

Hieronder zie je een aantal voorbeelden van erg goede kaften gemaakt door Jeppe Groen.

      

De achterkant van de kaft laat je wit. Je start een nieuw onderdeel van een verslag namelijk altijd op een rechter pagina.

 


INLEIDING
[kopie van PVA; zelfde als N1]

De inleiding van je eindverslag heeft als doel dat de lezer ten eerste weet waar het verslag over gaat en ten tweede moet de lezer nieuwsgierig gemaakt worden. Wanneer een lezer jullie inleiding leest moet hij zo nieuwsgierig geworden zijn dat hij direct verder wil lezen. Het is niet nodig om jezelf voor te stellen of om uit te leggen in welke klas je zit. Blijf bij je opdracht.
Je kunt iemand nieuwsgierig maken door een probleem te schetsen en vervolgens een vraag bij de lezer neer te leggen. Kijk maar eens naar het volgende voorbeeld.

Als het mis gaat gaat natuurlijk alles mis. De wekker heb je niet gehoord, je fietsband is lek en nu heb je ook nog net de trein gemist. En daar sta je dan, in het donker te wachten op het perron van station Heijendaal. Terwijl de wind en de regen aanvoelen als duizenden koude spelden die in je huid prikken zie je in een donker hoekje wat jongens staan die iets uitwisselen..... ik heb niets gezien..... IK WIL HIER WEG!

Wij hebben van Dhr Peters van Prorail de opdracht gekregen om het station Heijendaal grondig aan te pakken en hier een prettig en veilig station van te maken. Welke aanpassingen kan u hiervoor bedenken?

Aangezien de inleiding veel vertelt over de inhoud van het eindverslag, is het raadzaam om dit onderdeel als allerlaatste item te schrijven.

 


INHOUDSOPGAVE
[aangepaste kopie van PVA]

Maak een duidelijke en overzichtelijke inhoudsopgave van je verslag met paginanummers. 
Nummer ook de hoofdstukken en verdeel die weer in verschillende paragrafen. Start een nieuw hoofdstuk altijd bovenaan een rechter pagina.
Wanneer je gebruik maakt van de standaard lettertypen in word dan kun je word een inhoudsopgave laten maken. Dit scheelt veel tijd en je weet zeker dat er geen fouten zitten in je inhoudsopgave. Het voordeel is ook meteen dan je heel gemakkelijk en snel kunt navigeren door je document.

Weet jij hoe je in Microsoft Word snel en eenvoudig een inhoudssopgave kunt laten maken? Bekijk deze video voor een uitleg.

 


Praten om het praten!!
Het lijkt een standaard regel, als je maar veel tekst hebt dan is het vast goed! Bij het schrijven van een eindverslag gaat het juist niet om de gigantische lappen tekst. Omschrijf de onderdelen kort en bondig, maar wel rekening houdend met de NITWIT regel.


HOOFDSTUK 1: WAAROM DEZE OPDRACHT BELANGRIJK IS
[aangepaste kopie PVA; zelfde als N1]

Dit hoofdstuk heb je al geschreven voor het Plan van Aanpak. Kopieer dit hoofdstuk gewoon. Wel verwerk je de opmerkingen van je begeleider en verbeter je eventuele fouten. Zet de tekst in voltooid verleden tijd en klaar is Kees.

Dit hoofdstuk bestaat uit een aantal paragrafen waar een onderwerp omschrijft. Denk even aan het kader hierboven! schrijven doe je niet om het schrijven!

§1.1 DE OPDRACHT:  

In de eerste paragraaf van dit hoofdstuk omschrijf je in eigen woorden wat de opdracht ingehouden heeft. Je hoeft hier de deelopdrachten niet te beschrijven maar je bespreekt eigenlijk het eindproduct. Wat verwachtte de opdrachtgever van je? bijvoorbeeld:

De opdrachtgever verwachtte van ons dat wij een nieuw dierenverblijf maken voor de Rode Vari. Dit verblijf moest bestaan uit een binnenverblijf en een buitenverblijf. Het buitenverblijf moest bestaan uit vesrchillende verblijven en moest voldoende mogelijkheden hebben voor bezoekers om de apen te zien. Ook buiten waren er behoorlijk wat eisen en wensen. Zo moesten er bijvoorbeeld speeltoestellen zijn voor kinderen en voor de apen. Het dierenverblijf dat wij ontworpen hebben moesten wij presenteren in de vorm van een maquette. Deze maquette moest duidelijk laten zien hoe wij rekening hebben gehouden met alle eisen die de opdrachtgever gesteld heeft. 

§1.2 DE AANLEIDING:  

Jullie hebben deze opdracht niet voor niets gekregen. In deze paragraaf leg je uit welk probleem de opdrachtgever had en waarom de opdrachtgever deze opdracht dus gegeven heeft.  

§1.3 DE OPDRACHTGEVER: 

In deze paragraaf vertel je iets over de opdrachtgever. Deze paragraaf zet je NIET in verleden tijd. Je kunt de volgende vragen beantwoorden maar je kunt ook proberen deze vragen in een lopend verhaal te beantwoorden:

  • Wie is de opdrachtgever?
  • Bij welk bedrijf werkt de opdrachtgever?
  • Wat doet het bedrijf waar de opdrachtgever werkzaam is?
  • Wat is de functie van de opdrachtgever binnen het bedrijf? 

§1.4 HET BELANG en de belanghebbenden:

Bij het belang van de opdracht ga je met je groep na waarom deze opdracht belangrijk was. Bij het voorbeeld van het verblijf van de vari kun je als belang aangeven dat het meemaken van de natuur, en het leren over de natuur belangrijk is voor het besef dat er heel veel natuur om ons heen is. Missschien komt het besef dat we zuinig moeten zijn op de natuur dan ook wel boven. Natuurlijk is dit wel diep gedacht. Je kunt natuurlijk ook noemen dat het belangrijk is dat de dierentuin een mooi verblijf krijgt voor de Vari zodat de dieren gelukkig zijn. Probeer het belang van je opdracht vanuit zoveel mogelijk hoeken te bekijken. Dit gaat het beste als je het belang van de opdracht per belanghebbende bekijkt:

  • De opdrachtgever: deze opdracht is belangrijk voor de opdrachtgever omdat hij door een mooi verblijf meer bezoekers trekt. Ook zal hij door onze ideëen misschien ontwerpen krijgen waar hij en zijn team nooit opgekomen waren.
  • De vari: deze opdracht is belangrijk voor de vari....
  • Wijzelf:....
  • .....

§1.5 VERWACHT RESULTAAT:     

Dit is een van de lastigste onderdelen van hoofdstuk 1. Het nadenken over wat voor een resultaat jullie aan de opdrachtgever gaan presenteren. Natuurlijk willen jullie een 100% perfect resultaat hebben. Maar denk je dat dit gaat lukken? Gaan jullie voor de 100% of verwachten jullie een ander resultaat 110% of 90%. Probeer kort en bondig uit te leggen waarom je dit resultaat verwacht.

 


HOOFDSTUK 2: wat hebben we gedaan tijdens de opdracht
[aangepaste kopie PVA; zelfde als N1]

Dit hoofdstuk heb je al geschreven voor het Plan van Aanpak. Kopieer dit hoofdstuk gewoon. Let op dat de werkwijze niet in dit hoofdstuk staat. Je hebt dus nog maar 4 w's over! Wel verwerk je je opmerkingen van je begeleider en verbeter je eventuele fouten. Zet de tekst in voltooid verleden tijd, pas de informatie aan waar nodig, voeg één extra paragraaf toe en klaar is Kees.

De extra paragraaf is paragraaf 2.1 hier geef je nu een lijst van alle deelopdrachten (dus ook de zelf bedachte deelopdrachten).

Vanaf paragraaf 2.2 ga je in dit hoofdstuk omschrijven wat je allemaal gedaan hebt om tot een goed eindresultaat te komen. Geef een omschrijving van de verschillende deelopdrachten aan de hand van de volgende 4 W’s.

  • Wat: Geef de titel van de deelopdracht en noteer wat de opdrachtgever verwachtte als product bij deze deelopdracht.
  • Waarom: omschrijf wat het nut wass van deze deelopdracht. Een deelopdracht is altijd een opstapje naar de eindopdracht.
  • Wie: wie hebben deze deelopdracht gemaakt en wie hebben het resultaat gecontroleerd?
  • Wanneer: In welke periode, van wanneer tot wanneer hebben jullie gewerkt aan deze deelopdracht?

Dit hoofdstuk deel je op in sub-paragrafen. In paragraaf 2.2.1 beschrijf je deelopdracht 1. In paragraaf 2.2.2 beschrijf je deelopdracht 2... en in paragraaf 2.2.3 beschrijf je natuurlijk deelopdracht 3.

Je kunt hier natuurlijk heel goed gebruik maken van de verschillende koppen in Word! Heb je geen idee waar dit over gaat... die koppen.... wen jezelf dan aan om ook de video's bij de handleidingen te kijken. Deze video staat namelijk bij de inhoudsopgave.

LETOP!  Soms moet je zelf deelopdrachten verzinnen. Het maken van dit eindverslag staat meestal niet tussen de deelopdrachten. Je mag altijd deelopdrachten erbij verzinnen.

 


HOOFDSTUK 3: THEORETISCHE VERDIEPING
[kopie van PVA; zelfde als N1]

Een groot gedeelte van dit hoofdstuk heb je bij je PVA al gemaakt. Verwerk het commentaar van je begeleider. Het werkt natuurlijk in je voordeel als je bij je eindverslag meer bronnen hebt dan bij je PVA. 
Jullie zoeken per groepslid minimaal drie bronnen om je in te verdiepen. Deze verdieping moet jullie meer inzicht geven in de stof die hoort bij de opdracht, zodat je een beter resultaat krijgt dan wanneer je geen extra informatie had gezocht. Goede bronnen zijn bijvoorbeeld boeken, tijdschriften, kranten en internetsites.

Per bron maak je een korte samenvatting van ongeveer ½ A4 per bron
De beste samenvatting maak je door tijdens het lezen van het artikel aantekeningen te maken van maximaal 4 woorden per aantekening. Vervolgens leg je de bron weg en schrijf je een lopend verhaal waarin al je aantekeningen terug komen. Op deze manier voorkom je letterlijk overschrijfwerk. De beschreven bronnen moeten bij de opdracht aansluiten en van goede kwaliteit zijn.


Werk de bron als volgt uit:

Titel: bedenk een titel voor je bron
URL/ISBN:
 geef hier een zo volledig mogelijke titel van de bron. Vooral bij internetsites is dit heel belangrijk. Een vermelding als 'www.wikipedia.nl' is niet voldoende. Geef aan op welk deel van die sites je de informatie hebt gevonden. 
Google is een zoekmachine en kan dus nooit als bron opgevoerd worden!
Geraadpleegd door: jouw naam
Samenvatting: hierboven kun je lezen hoe je dat moet doen

Bijvoorbeeld:

Titel: Het ontwerpen van een enquete
URL/ISBN:
 http://science-web.nl/onderzoek-verslagen-en-enquetes
Geraadpleegd door: Joris van Elferen
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur. Excepteur sint occaecat cupidatat non proident, sunt in culpa qui officia deserunt mollit anim id est laborum.Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur. Excepteur sint occaecat cupidatat non proident, sunt in culpa qui officia deserunt mollit anim id est laborum.Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur. Excepteur sint occaecat cupidatat non proident, sunt in culpa qui officia deserunt mollit anim id est laborum.

 


HOOFDSTUK 4: Werkmethoden
[nieuw hoofdstuk; zelfde als N1]

Tijdens het schrijven van het Plan van Aanpak hebben jullie de 5 w's omschreven. Hierbij hebben jullie ook de werkwijze, of beter gezegd de geplande werkwijze beschreven. Jullie gaan in dit hoofdstuk meer uitgebreid dan in het Plan van Aanpak in op hoe jullie de opdrachten hebben uitgevoerd.
Per deelopdracht leggen jullie uit op de wijze welke gegevens verzameld zijn of hoe jullie een product gemaakt hebben. Wanneer je tijdens het maken van een product foto's hebt gemaakt om de voortgang weer te geven kun je die hier mooi neerzetten. Dit hoofdstuk is volledig in voltooid verleden tijd geschreven. 

Let goed op dat je in dit hoofdstuk nog geen resultaten geeft! Ook dit hoofdstuk deel je op in paragrafen.

§4.1 Deelopdracht 1

Omschrijf wat je allemaal gedaan hebt om deelopdracht 1 uit te voeren. Geef eventueel bewijzen af met behulp van foto's.

§4.2 Deelopdracht 2

Omschrijf wat je allemaal gedaan hebt om deelopdracht 2 uit te voeren. Geef eventueel bewijzen af met behulp van foto's.

§4.3 Deelopdracht enz

Omschrijf wat je allemaal gedaan hebt om deelopdracht enz uit te voeren. Geef eventueel bewijzen af met behulp van foto's


HOOFDSTUK 5: RESULTATEN EN CONCLUSIES
[nieuw hoofdstuk]

Per onderzoeksvraag (of deelopdracht natuurlijk) bespreken jullie de resultaten en conclusies. Bij de resultaten geven jullie alleen de belangrijkste gegevens. Het is bijvoorbeeld niet nodig om hier ieder getal van bijvoorbeeld een enquête neer te zetten. Een samenvatting of gemiddelden van deze gegevens zijn voldoende. Als je een mindmap hebt gemaakt plaats je deze ook hier. Een prototype of ander groot product kun je invoegen door middel van foto's en een korte omschrijving.

Waarom staat er de ene keer deelopdracht en de andere keer onderzoeksvraag?
Dit komt doordat dit voorschrift te gebruiken is voor zowel een onderzoek- als een ontwerpopdracht. Wanneer je dit voorschrift gebruikt om verslag te leggen over een onderzoek, spreek je van deelvragen en wanneer je een ontwerpopdracht hebt spreek je van deelopdrachten.

§5.1 Deelopdracht 1

Laat de resultaten van deelopdracht 1 zien. Leg aan het einde van de paragraaf uit hoe de uitkomsten van deze deelopdracht jullie eindproduct beinvloed heeft. Hiermee bedoelen we dat je echt heel duidelijk aan moet geven welk gedeelte van het eindproduct er anders uit had gezien als je deze deelopdracht niet gedaan had.

§5.2 Deelopdracht 2

Laat de resultaten van deelopdracht 2 zien.Leg aan het einde van de paragraaf uit hoe de uitkomsten van deze deelopdracht jullie eindproduct beinvloed heeft. Hiermee bedoelen we dat je echt heel duidelijk aan moet geven welk gedeelte van het eindproduct er anders uit had gezien als je deze deelopdracht niet gedaan had.

§5.3 Deelopdracht enz

Laat de resultaten van deelopdracht enz zien. Leg aan het einde van de paragraaf uit hoe de uitkomsten van deze deelopdracht jullie eindproduct beinvloed heeft. Hiermee bedoelen we dat je echt heel duidelijk aan moet geven welk gedeelte van het eindproduct er anders uit had gezien als je deze deelopdracht niet gedaan had.

In sommige gevallen is het noodzakelijk om een eindconclusie te formuleren.


HOOFDSTUK 6: EVALUATIE en aanbevelingen
[nieuw hoofdstuk]

Je kijkt wat er goed ging en wat er beter had gekund bij de uitvoering van deze opdracht. Ook kun je aangeven welke adviezen jullie, voor het uitvoeren van deze opdracht, graag gehad zouden willen hebben. Bespreek ook hoe de samenwerking in de groep is geweest. Geef daarvoor ieder groepslid twee tops (complimenten) en twee tips (verbeterpunten). Bij de start van het volgende project kun je hier rekening mee houden. Bespreek dit hoofdstuk als volgt:

§6.1 Evaluatie

  • Dit vonden wij goed gaan:
  • Dit kon in het algemeen beter:
  • De samenwerking in de groep ging over het algemeen:
  • Tips en Tops van Theo:
  • Tips en Tops van Luuk
  • .........

§6.2 aanbevelingen

  • Bespreek wat jullie hadden willen weten aan het begin van de opdracht.
  • Geef aan wat er niet duidelijk was aan de opdracht.
  • Welk advies zouden jullie een groep geven die dezelfde opdracht uit zou voeren?

HOOFDSTUK 7: LITERATUURLIJST
[nieuw hoofdstuk; zelfde als N1]

Maak een alfabetische lijst van alle bronnen die je tijdens het onderzoek geraadpleegd hebt.
Bij elke bron moet een korte beschrijving staan waarom deze bron nuttig was voor je onderzoek. De uitwerking van de literatuurlijst ziet er als volgt uit:

Naam bron:
URL/ISBN:
Korte omschrijving van het nut van de bron en wat je er aan hebt voor de opdracht (twee regels).

Bijvoorbeeld:

Wikipedia nanotechnologie
http://nl.wikipedia.org/wiki/Nanotechnologie
Deze bron geeft een omschrijving van wat nanotechnologie is en welke toepassingen er van zijn. Ook wordt de geschiedenis van nanotechnologie weergegeven. Deze informatie hebben we nodig omdat nanotechnologie het onderwerp van de opdracht is.

Voor een uitgebreidere uitleg over URL/ISBN zie de "nog even dit....."aan het einde van dit document.


HOOFDSTUK 8: LOGBOEK
[nieuw hoofdstuk; zelfde als N1]

Als het goed is heb je een logboek gemaakt, dit stond immers bij de planning in het PVA. Zet hier het logboek waarin per groepslid duidelijk wordt wat hij/zij heeft gedaan en hoeveel tijd hij/zij daarmee bezig is geweest. Zorg dat duidelijk wordt wie er ook buiten de lessen aan het project gewerkt heeft.

Als je geen gebruik hebt gemaakt van de logboek builder van SCIENCE-WEB zul je een tabel moeten maken.
Maak een tabel, waarin je per les aangeeft, aan welke opdracht is gewerkt, door wie eraan is gewerkt, hoe lang eraan is gewerkt.
Wanneer een (deel)opdracht is afgerond, noteer je ook wie het gecontroleerd heeft. Zorg ervoor dat aan het eidne van het logboek een totaaloverzicht te vinden is waarin per teamlid duidelijk wordt hoeveel tijd hij geïnvesteerd heeft in het project.


HOOFDSTUK 9: BIJLAGEN
[nieuw hoofdstuk]

Tot slot is er een hoofdstuk genaamd "bijlagen". Hierin stop je alle controleformulieren en eventuele andere losse bladen die belangrijk zijn voor je verslag. De volgende dingen kun je bijvoorbeeld in de bijlagen stoppen:

  • Brainstormsessies
  • Lijst van de destructieve sessie
  • Lijst van de ik kan het niet sessie
  • Schetsen
  • Technische tekeningen
  • Het analyseblad van je enqueteresultaten
  • Verhelderende fotos
  • De presentatie

Wanneer dit hoofdstuk gevuld is, is je eindverslag klaar.


NOG EVEN DIT........ AFBEELDINGEN

Natuurlijk is het gebruik van afbeeldingen erg leuk. Je kunt, waar je wilt, afbeeldingen invoegen. Let er wel op dat je niet te veel afbeeldingen gebruikt en dat je alleen afbeeldingen gebruikt die iets toevoegen aan je verslag. Zet in een bijschrift wat er in de afbeelding te zien is. Wanneer je grafieken of tabellen gebruikt en je verwijst er naar in de tekst is het raadzaam om met een afbeeldingsnummering te werken.

Maar hoeveel afbeeldingen moet en kan je gebruiken? Houd als regel aan dat je per twee bladzijden maximaal één afbeelding gebruikt als illustratie. Met een illustratie wordt bedoelf dat de afbeelding geen echt nut heeft maar dat hij de tekst breekt of de boel opfleurt. Wanneer je nuttige afbeeldingen hebt, zoals foto's van je maquette dan is er geen maximum aantal afbeeldingen.


NOG EVEN DIT........ HOE VERMELD JE BRONNEN?

De uitgebreidere bronvermelding binnen verslagen is pas een vereiste in klas 5 en 6. Het is natuurlijk slim om dit zo snel mogelijk te leren!

Verwijzen naar bronnen doe je op twee plaatsen in het document:

  1. In de tekst, direct na de tekst die je overgenomen hebt en
  2. aan het eind van het document in een literatuurlijst.

Er zijn verschillende (wetenschappelijke) systemen om te citeren. In het onderwijs worden de regels van de APA het meest gebruikt (American Psychological Association; zie http://apastyle.apa.org). Hieronder worden enkele regels daarvan uitgelegd. Het is de bedoeling dat je de onderstaande manier van verwijzen ook toepast in jouw verslag.

CITEREN IN DE TEKST.

Kortere citaten (één of twee zinnen) zet je tussen dubbele aanhalingstekens en neem je op in de tekst. Langere citaten maak je los van de overige tekst met witregels. Bovendien laat je zo’n citaat inspringen. In beide gevallen vermeld je van de bijbehorende bron de achternaam (of -namen) van de auteur(s), het publicatiejaar en de paginanummers tussen haakjes. Wanneer de bron van het internet afkomt volstaat een websitenaam en een URL.

Voorbeelden:

“Communicatie is geen doel op zichzelf” (Ponte, 2002, p. 63)

“De overgang van traditionele naar ‘slanke’ of socio-technische productieconcepten is ook een overgang van meer gesloten naar meer open varianten.” (Onstenk, 1997, pp. 60-61)

“Per deelopdracht maak je een opmerkingenformulier waarop een registratie bijgehouden kan worden van de besteedde tijd. Een formulier beslaat 1 pagina A4 die je achter in het voorstelverslag stopt.” (Science-web | Solidedge; http://www.science-web.nl/solidedge/index.php/verslagen-schrijven/het-voorstelverslag).

Parafraseren in de tekst

Parafraseren is het op eigen wijze weergeven van de ideeën van anderen. Dit doe je als volgt:

 

  • In het geval van een bron met één auteur: achternaam met publicatiejaar vermelden.

 

Bijvoorbeeld: Volgens Ponte (2002)….

Of: Dit betekent in veel gevallen dat … (Ponte, 2002).

 

  • In het geval van een bron met meerdere auteurs:

 

Bijvoorbeeld: Volgens Nauta en Giesing (2006) …

Of: Dit betekent in veel gevallen dat …(Nauta & Giesing, 2006)

 

  • In het geval van een indirecte bron: je verneemt van de ideeën van Paulissen via een artikel van Janssen, noteer je dat als volgt:

 

Paulissen veronderstelt dat …(1989, in Janssen, 1990).

Verwijs niet te vaak naar indirecte bronnen; probeer zo veel mogelijk de oorspronkelijke bron te achterhalen.

 Literatuurlijst (URL/ISBN)

Vermeld elke bron waarnaar je in de tekst verwijst ook in de (alfabetische) literatuurlijst achteraan in je verslag. De daar vermelde referenties beginnen altijd met de achternamen en voorletters van de auteurs, tussen haakjes gevolgd door het publicatiejaar en de titel van de publicatie (boek, artikel, webpagina, enz.). Wat daarna nog vermeld wordt hangt af van het type bron:

 

  • boek: vermeld de plaats van uitgave en de naam van de uitgever. Vermeld de titel van het boek cursief;
  • artikel in een tijdschrift: vermeld de naam van het tijdschrift cursief, gevolgd door het nummer (ook cursief) en de pagina’s die het artikel beslaat;
  • webpagina: vermeld de URL (het webadres) en de datum waarop je de pagina geraadpleegd hebt.

 

N.B. Bronnen die gebruikt zijn dienen niet in de literatuurlijst voor te komen.

Voorbeelden:

Boeken:

 

  • Ponte, P. (2002). Onderwijs van eigen makelij: Procesboek actieonderzoek in scholen en opleidingen. Soest: Nelissen.
  • Onstenk, J. (1997) Lerend leren werken: Brede vakbekwaamheid en de integratie van leren, werken en innoveren. Delft: Uitgeverij Eburon.
  • Warries, E. & Pieter, J.M. (1992). Inleiding instructietheorie. Amsterdam: Swets & Zeitlinger. 

 

Artikelen:

 

  • Van Aalsvoort, J. (2000). Wat er niet inzit, kan er ook niet uit komen: Waarom problemen in het scheikunde-onderwijs niet opgelost worden. NVOX, 4, 185-190.
  • Schommer, M. (1998). The influence of age and schooling on epistemological beliefs. The British Journal of Educational Psychology, 68, 551-562.

 

Webpagina’s:

 

  • http://nieuwescheikunde.nl/mediatheek/00013/eenhoorndocument.pdf; gelezen: December 14, 2006

 

TOT SLOT

Als er geen auteursnaam te achterhalen is, vervang deze in de regels hierboven dan door de titel van de bron tussen dubbele aanhalingstekens (zowel in de tekst als in de literatuurlijst). Als er geen publicatiejaar te achterhalen is, vermeld dan i.p.v. dat jaartal de afkorting ‘n.d.’ (‘no date’).

 

Auteurs: J.E. van Elferen & L. Janssen
Datum: 27-10-2014
Laatste aanpassing: 17-07-2016

Creative Commons-Licentie
Dit werk van Science-web.nl valt onder een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 4.0 Internationaal-licentie.

Kopiëren en/of verspreiden van deze informatie, in welke vorm dan ook, is alleen toegestaan indien u voldoet aan de licentievoorwaarden, tenzij nadrukkelijk, schriftelijk, anders is overeengekomen. 
Een link naar dit artikel wordt door ons wel zeer gewaardeerd.