Er is een voorbeeldverslag beschikbaar van het plan van aanpak niveau 0,5. Klik hieronder om dat te downloaden.

 

  • Algemeen

    Om je bij het maken van je eerste project een beetje te helpen is er een bestandje aanwezig dat je kunt gebruiken voor je verslagen. Je kunt deze downloaden op http://science-web.nl/onderzoek-verslagen-en-enquetes onder het kopje verslagen.
    Het is niet de bedoeling dat je deze bij latere verslagen blijft gebruiken, dan zul je het zelf moeten kunnen!

    ALGEMEEN:
    Een plan van aanpak (PVA) schrijf je om zelf een goed beeld te krijgen van de opdracht. Je weet dan beter wat je moet gaan doen en je hebt een overzicht van de deadlines (wanneer iets af moet zijn). Lees dit voorschrift daarom heel erg nauwkeurig! 
    In heel veel gevallen zul je hoofdstukken tegenkomen waarvan je denkt dat je wel weet wat er bedoeld wordt. Ga niet af op alleen titels maar lees het voorschrift heel goed. De beoordeling van je PVA is namelijk gekoppeld aan dit voorschrift.

    EEN NIEUW HOOFDSTUK:
    Ieder tabblad in dit voorschrift staat voor een nieuw hoofdstuk. Ieder hoofdstuk begint op een nieuwe rechter pagina in je verslag (dit zijn de oneven pagina's als je dubbelzijdig print). Soms zal je daardoor lege pagina's in je verslag krijgen, denk maar aan de achterkant van je inleiding of de kaft.

    NITWIT-REGEL:
    Een nitwit is een persoon die niets weet. De nitwit-regel zegt iets over de uitvoerigheid van je verslag. Als je het PVA schrijft moet je het zo schrijven dat iemand die niets weet van jullie opdracht, na het lezen van jullie PVA precies weet wat jullie gaan doen, hoe en waarom.
    Je kunt dit testen door het thuis aan een van je ouders te laten lezen en daarna te vragen of duidelijk is wat jullie gaan doen.

  • Kaft

    De kaft van je plan van aanpak moet voorzien zijn van de volgende zaken:

    1. de titel van je verslag
    2. je (jullie) naam (namen). Hierbij staat niet alleen je voornaam, maar ook je achternaam.
    3. de klas
    4. de inleverdatum.

    Daarnaast bestaat je kaft uit een of meerder afbeeldingen die duidelijk maken waar het verslag over gaat.
    De kaft moet vooral zakelijk zijn, hiermee wordt bedoeld dat er alleen noodzakelijke informatie op staat en dat afbeeldingen ook echt iets met de opdracht te maken hebben. Ga hem dus niet versieren met allerlei overbodige kleurtjes en afbeeldingen die niet met de opdracht te maken hebben.
    Hieronder zie je drie voorbeelden van goede zakelijke kaften van Rijkswaterstaat.

          

  • Inleiding

    In de inleiding schrijf je een kort verhaal waarin je vertelt wat de opdracht is, wie de opdrachtgever is en waarom je hiermee aan de slag gaat. De inleiding moet dus kort aangeven waar het plan van aanpak over gaat en moet de lezer nieuwsgierig maken om verder te gaan lezen! Bij verslagen is dit het stukje waar mensen het eerste naar kijken, dus zorg dat ze precies weten waar jullie het over hebben en ook verder willen lezen.

    Aangezien de inleiding veel vertelt over de inhoud van het PVA, is het raadzaam om dit onderdeel als allerlaatste item te schrijven. Een samenvatting schrijf je namelijk nooit als eerste. 

  • Inhoudsopgave

    Maak een duidelijke en overzichtelijke inhoudsopgave van je verslag met paginanummers. Je kunt dat in Word automatisch laten doen. Klik hier om te kijken hoe je dat kunt doen.

    Nummer ook de hoofdstukken en verdeel die weer in verschillende paragrafen.
    Start een nieuw hoofdstuk altijd bovenaan een rechter pagina.

  • Hoofdstuk 1:
    Waarom deze opdracht belangrijk is

    Een ontwerp of onderzoek bestaat altijd uit één hoofdopdracht en enkele kleinere (deel)vragen. Deze maak je zodat je uiteindelijk tot een beter resultaat komt. In dit gedeelte leg je uit waarom je de hoofdopdracht uitvoert en wat je daarbij precies moet doen. Kijk hier later nog vaak in terug, want je doet dit zodat je zelf een beter beeld krijgt van het totale project. 

    Geef een uitgebreide beschrijving, in eigen woorden, van de volgende punten:

    §1.1 DE OPDRACHT:  
    Wat houdt de op de opdracht precies in?
    Beschrijf dit in je eigen woorden en ben zo volledig mogelijk. 

    §1.2 DE AANLEIDING:   
    Waarom wil de opdrachtgever dat deze opdracht wordt uitgevoerd?
    Hoe komt het dat deze opdracht er is? Hij is niet gemaakt om jou bezig te houden, maar omdat er echt een probleem of vraagstuk ligt dat opgelost moet worden. Waar komt dat vandaan?
    Beschrijf dit in je eigen woorden en ben zo volledig mogelijk. 

    §1.3 DE OPDRACHTGEVER:
    Wie is het, waar werkt hij/zij, wat doet het bedrijf?

    §1.4 HET BELANG:                  
    Wat is het belang / nut van deze opdracht?
    Met "het belang" bedoelen we waarom een opdracht belangrijk is om uit te voeren. Dit is niet hetzelfde als de aanleiding (waarin je uitlegt waar een opdracht uit voort komt). Geef hier aan waarom het belangrijk is dat deze opdracht ook echt wordt uitgevoerd. Vaak bekijk je dit punt vanuit de mensen (of dieren) die veel in aanraking komen met wat jullie onderzoek / ontwerp.
    Beschrijf dit in je eigen woorden en ben zo volledig mogelijk. 

    §1.5 DE BELANGHEBBENDEN:  
    Voor wie zijn de resultaten van jullie onderzoek / ontwerp van belang?
    Wie heeft er het meeste voordeel van het resultaat van jullie onderzoek of ontwerp? Hierbij wordt niet de opdrachtgever of de docent bedoeld, deze beoordelen enkel jouw project. Probeer te bedenken wie er allemaal nog meer mee in aanraking komen.
    Beschrijf dit in je eigen woorden en ben zo volledig mogelijk. 

    §1.6 VERWACHT RESULTAAT:    
    Wat verwacht je aan het einde van het project te kunnen afleveren aan de opdrachtgever?
    Deze paragraaf wordt altijd heel moeilijk gevonden. Als je antwoord met "we willen een goed project draaien" dan geef je niet aan wat je als resultaat wilt hebben. Probeer te omschrijven wat je aan het einde van je project allemaal hebt uitgezocht of gemaakt. Hoe hoop je dat deze producten eruit zien en wat wil je allemaal af hebben?
    We zeggen ook wel eens dat het meetbaar moet zijn. "Een goed project" kun je niet meten, maar als je aangeeft dat je 4 verschillende schetsen wilt maken, dan kun je ook echt laten zien dat dat gelukt is. 
    Beschrijf dit in je eigen woorden en ben zo volledig mogelijk. 

  • Hoofdstuk 2:
    De deelopdrachten

    Een ontwerp of onderzoek bestaat altijd uit één hoofdopdracht en enkele kleinere (deel)vragen. Deze maak je zodat je uiteindelijk tot een beter resultaat komt. In dit gedeelte leg je uit waarom je de deelopdrachten uitvoert en wat je daarbij precies moet doen. Kijk hier later nog vaak in terug, want je doet dit zodat je zelf een beter beeld krijgt van het totale project. 

    Geef een omschrijving van de verschillende deelopdrachten aan de hand van de 5 W’s. In paragraaf 2.1 omschrijf je deelopdracht 1. In paragraaf 2.2 omschrijf je deelopdracht 2 etc. Je mag dit heel stapsgewijs doen. 

    §2.1 OMSCHRIJVING DEELOPDRACHT 1
     
    Omschrijf deelopdracht 1 met behulp van de 5 W’s. Dit houdt in dat het volgende besproken moet worden:
     
    Wat: Geef hier een titel van de deelopdracht en formuleer in eigen woorden wat de opdrachtgever van je verwacht. Dit moet duidelijk geformuleerd zijn en mag niet te beantwoorden zijn met ja of nee.
    Waarom: Wat is het doel van deze opdracht, waarom moet deze opdracht gedaan worden?
    Werkwijze:  Wat heb je allemaal nodig voor de uitvoering van deze opdracht? Beschrijf niet enkel de materialen, maar ook de verschillende stappen waarin je uitlegt hoe je de opdracht uit gaat voeren.
    Wie: Wie is er verantwoordelijk voor de uitvoering van deze opdracht en wie gaat hem uitvoeren. De verantwoordelijke controleert het werk van de uitvoerders en houdt de tijdsplanning in de gaten.
    Wanneer: Wanneer wordt deze opdracht uitgevoerd en wanneer moet hij afgerond zijn?
     
    §2.2 OMSCHRIJVING DEELOPDRACHT 2
     
    Omschrijf deelopdracht 1 met behulp van de 5 W’s. Dit houdt in dat het volgende besproken moet worden:
     
    Wat: Geef hier een titel van de deelopdracht en formuleer in eigen woorden wat de opdrachtgever van je verwacht. Dit moet duidelijk geformuleerd zijn en mag niet te beantwoorden zijn met ja of nee.
    Waarom: Wat is het doel van deze opdracht, waarom moet deze opdracht gedaan worden?
    Werkwijze:  Wat heb je allemaal nodig voor de uitvoering van deze opdracht? Beschrijf niet enkel de materialen, maar ook de verschillende stappen waarin je uitlegt hoe je de opdracht uit gaat voeren.
    Wie: Wie is er verantwoordelijk voor de uitvoering van deze opdracht en wie gaat hem uitvoeren. De verantwoordelijke controleert het werk van de uitvoerders en houdt de tijdsplanning in de gaten.
    Wanneer: Wanneer wordt deze opdracht uitgevoerd en wanneer moet hij afgerond zijn?

     Etc. (Je maakt per deelopdracht een aparte deelparagraaf).

  • Hoofdstuk 3:
    Planning

    Maak een overzichtelijke tabel met een grove planning voor het hele project. Gebruik de echte weeknummers. Houd rekening met vakanties en eventuele vrije dagen! Kijk dus goed in het rooster en vraag aan je docent of hij/zij nog bijzonderheden heeft voor in de planning. Natuurlijk is het moeilijk om de eerste keer zover vooruit te kunnen kijken. Het kan dan ook gebeuren dat de planning tijdens een project nog verandert. 

    Hieronder zie je een voorbeeld staan van een planning. In het voorbeeldverslag staat deze ook en die kun je zelf verder invullen.

     

  • Hoofdstuk 4:
    Theoretische verdieping

    Jullie zoeken per groepslid minimaal drie bronnen om je in te verdiepen. Deze verdieping moet jullie meer inzicht geven in de stof die hoort bij de opdracht, zodat je een beter resultaat krijgt dan wanneer je geen extra informatie had gezocht. Goede bronnen zijn bijvoorbeeld boeken, tijdschriften, kranten en internetsites.
    Per bron maak je een korte samenvatting van ongeveer ½ A4 per bron
    De beste samenvatting maak je door tijdens het lezen van het artikel aantekeningen te maken van maximaal 4 woorden per aantekening. Vervolgens leg je de bron weg en schrijf je een lopend verhaal waarin al je aantekeningen terug komen. Op deze manier voorkom je letterlijk overschrijfwerk. De beschreven bronnen moeten bij de opdracht aansluiten en van goede kwaliteit zijn.

    Overleg met je docent hoeveel bronnen je in je plan van aanpak moet zetten. Je zult namelijk ook nog informatie opzoeken tijdens het project. Van alles dat je nu of later opzoekt schrijf je in dit hoofdstuk een bron.


    Werk de bron als volgt uit:

    URL/ISBN: geef hier een zo volledig mogelijke titel van de bron. Vooral bij internetsites is dit heel belangrijk. Een vermelding als 'www.wikipedia.nl' is niet voldoende. Geef aan op welk deel van die sites je de informatie hebt gevonden. 
    Google is een zoekmachine en kan dus nooit als bron opgevoerd worden!
    Geraadpleegd door: jouw naam
    Samenvatting: hierboven kun je lezen hoe je dat moet doen


    Bijvoorbeeld:

    URL/ISBN: http://science-web.nl/onderzoek-verslagen-en-enquetes
    Geraadpleegd door: Joris van Elferen
    Samenvatting: hier komt dan jouw samenvatting van de bron te staan (van ongeveer ½ A4). Er mag ook een afbeelding bij, maar dat mag niet ten koste gaan van de tekst. Zonder afbeelding moet je bron dus al ongeveer ½ A4 zijn. 

  • Hoofdstuk 5:
    Literatuurlijst

    Maak een (alfabetische) lijst van alle bronnen die je tijdens het onderzoek geraadpleegd hebt. 
    Bij elke bron moet een korte beschrijving staan waarom deze bron nuttig was voor je onderzoek. Dit hoofdstuk zal tijdens de opdracht steeds groter worden. Je noteert immers iedere geraadpleegde bron. Een bron kan ook een afbeelding, een video of een persoon zijn. 
    De literatuurlijst ziet er als volgt uit: 

    Titel bron: noteer hier de naam van de bron
    URL/ISBN: noteer hier de URL naar de bron of de ISBN code van de bron
    Schrijf hier in maximaal twee zinnen wat het nut is van deze bron en welke informatie je hier gevonden hebt.

    Bijvoorbeeld:

    Titel bron: Verslagen en enquêtes
    URL/ISBN:
     http://science-web.nl/onderzoek-verslagen-en-enquetes
    Deze bron was nuttig omdat we hier hebben geleerd hoe verslagen en enquêtes moeten worden gemaakt. Dit kunnen we gebruiken bij het opstellen van ons eindverslag en de enquête waarmee we willen onderzoeken hoeveel basisschoolleerlingen sporten in de week.

Creative Commons-Licentie
Dit werk van Science-web.nl valt onder een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 4.0 Internationaal-licentie.

Kopiëren en/of verspreiden van deze informatie, in welke vorm dan ook, is alleen toegestaan indien u voldoet aan de licentievoorwaarden, tenzij nadrukkelijk, schriftelijk, anders is overeengekomen. 
Een link naar dit artikel wordt door ons wel zeer gewaardeerd.