NAVIGEER SNEL:

Algemeen...  
De nitwit-regel
Kaft
Inleiding
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1: Aanleiding en relevantie
Hoofdstuk 2: Doelstelling in de opdracht
Hoofdstuk 3: Theoretische verdieping
Hoofdstuk 4: Planning 
Hoofdstuk 5: Bijlagen
Nog even dit........ Afbeeldingen
Nog even dit........ Hoe vermeld je bronnen?
 



ALGEMEEN:
Waneer je een grote opdracht of onderzoek uit gaat voeren komt er veel op je af. Je krijgt natuurlijk een opdracht mee maar hoe je deze opdracht uit moet voeren is meestal niet meteen duidelijk. Zo zal je om de opdracht uit te kunnen voeren verschillende deelopdrachten doorlopen en vaak moet je ook nog wat zaken opzoeken. Om een overzicht te krijgen over alles wat je moet doen maak je een plan van aanpak.
Een Plan van Aanpak oftewel een PVA schrijf je voornamelijk voor jezelf (of je team natuurlijk). Het doel van het plan van aanpak is duidelijkheid krijgen. Duidelijkheid over het onderwerp van de opdracht maar ook over alles wat je moet gaan doen om de eindopdracht goed te kunnen maken.
Lees dit voorschrift heel erg nauwkeurig! Misschien kom je hoofdstukken tegen waarvan je denkt dat je wel weet wat er bedoeld wordt. 
Ga niet af op alleen titels maar lees het voorschrift heel goed. De beoordeling van je PVA is namelijk gekoppeld aan dit voorschrift.


DE NITWIT-REGEL

Een nitwit is een persoon die niets weet. De nitwit-regel zegt iets over de stijl waarin je dit verslag schrijft en over hoe duidelijk je moet zijn. Je schrijft een PVA op een dusdanige manier dat iemand die niets weet van jullie opdracht, na het lezen van jullie PVA precies weet wat jullie gaan doen, hoe en waarom. 

Ga er niet van uit dat de lezer van het PVA iets weet over jullie opdracht. De lezer weet niets en is dus een NITWIT! 

 


KAFT
[identiek aan N2]

De kaft van je Plan Van Aanpak moet voorzien zijn van de titel van je verslag, je (jullie) naam (namen), de klas en de inleverdatum. Een zakelijke kaft is natuurlijk voorzien van voornamen en achternamen. 

Maar hoe maak je een goede kaft?
Het belangrijkste aan een kaft is dat hij moet uitnodigen tot het lezen van je verslag. Natuurlijk moet de kaft een idee geven van waar het verslag over gaat. Tijdens het maken van de kaft heb je misschien de neiging om heel veel plaatjes te gebruiken, en het liefst grappige plaatjes! Dit is op zich niet fout maar zakelijk is het zeker niet. De kaft moet vooral zakelijk zijn, hiermee wordt bedoeld dat er alleen noodzakelijke informatie op staat en dat afbeeldingen ook echt iets met de opdracht te maken hebben.

Je maakt een zakelijke kaft door één of twee afbeeldingen te gebruiken. Kies een hoofdafbeelding die een hoge resolutie heeft. Met een hoge resolutie wordt bedoeld dat de kwaliteit zo is dat je geen pixels ziet.

 
De linker zijde is extreem pixelig, de rechter zijde is van goede kwaliteit.

Deze hoofdafbeelding plaats je groot op je kaft zodat deze duidelijk een hoofdrol heeft op de kaft. Deze hoofdafbeelding moet natuurlijk wel direct iets te maken hebben met het onderwerp van je opdracht. 
De tweede afbeelding kan een logo zijn van je school of bijvoorbeeld je opdrachtgever. Ook voor deze afbeelding geldt dat hij van voldoende kwaliteit moet zijn.

De titel op de kaft moet duidelijk aanwezig zijn. Kies voor een zo groot mogelijke lettergrootte. Probeer te voorkomen dat de titel over meerdere regels heen loopt.

Voor de overige informatie zoals namen, groep, klas, inleverdatum etc geldt dat deze puur informatief zijn. Het moet te vinden zijn op de kaft maar het hoeft er echt niet uit te knallen! Plaats deze tekst, onopvallend, op je kaft. je kunt dit doen door de tekst voor de afbeelding te zetten. Als je een donkere afbeelding hebt, maak de tekst dan wit. Heb je een lichte afbeelding, gebruik dan gewoon de zwarte tekstkleur.

Hieronder zie je een aantal voorbeelden van erg goede kaften gemaakt door Jeppe Groen.

      

De achterkant van de kaft laat je wit. Je start een nieuw onderdeel van een verslag namelijk altijd op een rechter pagina.

 


INLEIDING
[identiek aan n2]

De inleiding van een Plan Van Aanpak heeft als doel dat de lezer ten eerste weet waar het verslag over gaat en ten tweede moet de lezer nieuwsgierig gemaakt worden. Wanneer een lezer jullie inleiding leest moet hij zo nieuwsgierig geworden zijn dat hij direct verder wil lezen. Het is niet nodig om jezelf voor te stellen of om uit te leggen in welke klas je zit. Blijf bij je opdracht.
Je kunt iemand nieuwsgierig maken door een probleem te schetsen en vervolgens een vraag bij de lezer neer te leggen. Kijk maar eens naar het volgende voorbeeld.

Als het mis gaat gaat natuurlijk alles mis. De wekker heb je niet gehoord, je fietsband is lek en nu heb je ook nog net de trein gemist. En daar sta je dan, in het donker te wachten op het perron van station Heijendaal. Terwijl de wind en de regen aanvoelen als duizenden koude spelden die in je huid prikken zie je in een donker hoekje wat jongens staan die iets uitwisselen..... ik heb niets gezien..... IK WIL HIER WEG!

Wij hebben van Dhr Peters van Prorail de opdracht gekregen om het station Heijendaal grondig aan te pakken en hier een prettig en veilig station van te maken. Welke aanpassingen kan u hiervoor bedenken?

Aangezien de inleiding veel vertelt over de inhoud van het PVA, is het raadzaam om dit onderdeel als allerlaatste item te schrijven.

 


INHOUDSOPGAVE
[identiek aan N2]

Maak een duidelijke en overzichtelijke inhoudsopgave van je verslag met paginanummers. 
Nummer ook de hoofdstukken en verdeel die weer in verschillende paragrafen. Start een nieuw hoofdstuk altijd bovenaan een rechter pagina.
Wanneer je gebruik maakt van de standaard lettertypen in word dan kun je word een inhoudsopgave laten maken. Dit scheelt veel tijd en je weet zeker dat er geen fouten zitten in je inhoudsopgave. Het voordeel is ook meteen dan je heel gemakkelijk en snel kunt navigeren door je document.

Weet jij hoe je in Microsoft Word snel en eenvoudig een inhoudssopgave kunt laten maken? Bekijk deze video voor een uitleg.

 


Praten om het praten!
Het lijkt een standaard regel, als je maar veel tekst hebt dan is het vast goed! Bij het schrijven van een Plan van Aanpak gaat het juist niet om de gigantische lappen tekst. Omschrijf de onderdelen kort en bondig, maar wel rekening houdend met de NITWIT regel.


HOOFDSTUK 1: Aanleiding en relevantie

In dit eerste echte hoofdstuk van het Plan van Aanpak ga je uitleggen waarom het zo belangrijk is dat deze opdracht uitgevoerd wordt. Wanneer het voor jullie team duidelijk is waarom deze opdracht zo duidelijk is dan zul je zeker weten ook nauwkeuriger werken. Hierdoor sluit jullie eindproduct beter aan bij de eisen en wensen van de opdrachtgever. Dit hoofdstuk bestaat uit een aantal paragrafen waar je een onderwerp omschrijft. Denk even aan het kader hierboven! schrijven doe je niet om het schrijven!

§1.1 algemene informatie:  

Maak een lopend verhaal waarin je een uitgebreide beschrijving geeft van de volgende items. Dit doe je in eigen woorden.

De opdracht:             Wat houdt de op de opdracht precies in? Je hoeft hier de deelopdrachten niet te beschrijven maar je bespreekt eigenlijk het eindproduct. Wat verwacht de opdrachtgever van je?
De aanleiding:           Waarom wil de opdrachtgever dat deze opdracht wordt uitgevoerd? Je hebt deze opdracht immers niet voor niets gekregen.
De opdrachtgever:     Wie is het, waar werkt hij/zij, wat doet het bedrijf en wat doet de opdrachtgever zelf binnen het bedrijf?

§1.2 algemeen nut:  

Maak een lopend verhaal waarin je een uitgebreide beschrijving geeft van de volgende items. Dit doe je in eigen woorden.

Het belang:                  Wat is het belang / nut van deze opdracht?
De belanghebbenden:  Voor wie zijn de resultaten van jullie onderzoek / ontwerp van belang?
Verwacht resultaat:     Welk resultaat verwachten jullie dat er uit jullie project komt?

 


HOOFDSTUK 2: Doelstelling in de opdracht
[indentiek aan N2]

Voordat je aan de slag gaat met de opdracht die je gekregen hebt is het super belangrijk dat je overzicht voor het team creëert. Dit doe je door uit te pluizen wat je allemaal gaat doen. Alle leden van het team moeten de opdracht super nauwkeurig gelezen hebben voordat je aan de slag gaat met dit hoofdstuk. In dit hoofdstuk ga je namelijk omschrijven wat je allemaal moet doen om tot een goed eindresultaat te komen.

De eerste paragraaf van dit hoofdstuk (§2.1) is een overzicht van de deelopdrachten die door de opdrachtgever gegeven zijn, aangevuld met jullie eigen deelopdrachten.

Vanaf §2.2 geef een omschrijving van de verschillende deelopdrachten aan de hand van de volgende 5 W’s. Iedere deelopdracht is een aparte paragraaf. 

  • Wat: Geef de titel van de deelopdracht en noteer wat de opdrachtgever verwacht als product bij deze deelopdracht.
  • Waarom: omschrijf wat het nut is van deze deelopdracht. Een deelopdracht is altijd een opstapje naar de eindopdracht.
  • Werkwijze: hoe gaan jullie deze deelopdracht aanpakken? Beschrijf hier hoe je te werk gaat en welke materialen en kennis je allemaal nodig hebt.
  • Wie: wie gaan er aan de slag met deze opdracht en wie gaan het resultaat controleren?
  • Wanneer: Probeer in te schatten wanneer je deze opdracht uitvoert. Sommige deelopdrachten zijn namelijkw eer afhankelijk van andere deelopdrachten. zo kun je een presentatie over onderzoeksresultaten pas maken als je het onderzoek uitgevoerd hebt en de resultaten geanalyseerd hebt.

Dit hoofdstuk deel je op in paragrafen. In paragraaf 2.2 beschrijf je deelopdracht 1. In paragraaf 2.3 beschrijf je deelopdracht 2... en in paragraaf 2.4 beschrijf je natuurlijk deelopdracht 3.

LETOP!  Soms moet je zelf deelopdrachten verzinnen. Het maken van dit Plan van Aanpak staat meestal niet tussen de deelopdrachten. Je mag altijd deelopdrachten erbij verzinnen.

 


HOOFDSTUK 3: THEORETISCHE VERDIEPING

ALGEMENE INFORMATIE

tijdens het schrijven van het PVA op niveau 1 of 2 was je eigenlijk niet bezig om gericht te zoeken naar literatuurbronnen. Dit is vanaf niveau 3 anders. Je team gaat eerst nadenken over wat jullie graag willen weten voordat je daadwerkelijk aan de opdracht begint. Stel daarom zoveel mogelijk vragen op waar je een antwoord op wilt krijgen in de literatuur. De vragen moeten duidelijk relevant zijn voor de opdracht.

§3.1: LITERATUURVRAGENBOEK bijlagen kaft 2014 2015

Noteer vragen waarop je door middel van een literatuurverkenning antwoord op wilt hebben. Heb je geen idee welke vragen je moet stellen? Dat snappen we best! Maak met je team een "ik weet het niet" lijst. Dan weet je zo in welke onderwerpen jullie team zich moet verdiepen. Het aantal vragen dat je minimaal moet stellen wordt vastgesteld door je begeleider.

  1. … 

§3.2 LITERATUURverkenning

Per bron maak je een korte samenvatting van ongeveer ½ A4 per bron. Deze bron moet duidelijk een antwoord formuleren op een van de vragen die je gesteld hebt in §3.1. Geef zeer duidelijk aan welke vraag je beantwoordt en zorg er voor dat het antwoord duidelijk naar voren komt.
De beste samenvatting maak je door tijdens het lezen van het artikel aantekeningen te maken van maximaal 4 woorden per aantekening. Vervolgens leg je de bron weg en schrijf je een lopend verhaal waarin al je aantekeningen terug komen. Op deze manier voorkom je letterlijk overschrijfwerk. De beschreven bronnen moeten bij de opdracht aansluiten en van goede kwaliteit zijn.


Werk de bron als volgt uit:

§3.2.1 Titel: bedenk een titel voor je bron
URL/ISBN:
 geef hier een zo volledig mogelijke titel van de bron. Vooral bij internetsites is dit heel belangrijk. Een vermelding als 'www.wikipedia.nl' is niet voldoende. Geef aan op welk deel van die sites je de informatie hebt gevonden. 
Google is een zoekmachine en kan dus nooit als bron opgevoerd worden!
Geraadpleegd door: jouw naam
Literatuurvraag 1: noteer de eerste literatuurvraag
Samenvatting: hierboven kun je lezen hoe je dat moet doen
Concreet antwoord op de vraag: noteer hier kort en bondig het antwoord op de vraag, begin met het herhalen van de vraag.

Bijvoorbeeld:

§3.2.2 Bladeren in de herfst
URL/ISBN:
 http://science-web.nl/onderzoek-verslagen-en-enquetes
Literatuurvraag 2: waarom vallen bladeren van de bomen in de herfst?
Geraadpleegd door: Joris van Elferen
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur. Excepteur sint occaecat cupidatat non proident, sunt in culpa qui officia deserunt mollit anim id est laborum.Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur. Excepteur sint occaecat cupidatat non proident, sunt in culpa qui officia deserunt mollit anim id est laborum.Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur. Excepteur sint occaecat cupidatat non proident, sunt in culpa qui officia deserunt mollit anim id est laborum.
Concreet antwoord op de vraag: Bladeren vallen in de herfst van de bomen doordat de sapstroom stopt.

§3.2.3 Groene blaadjes
URL/ISBN:
 http://science-web.nl/onderzoek-verslagen-en-enquetes
Literatuurvraag 1: waarom zijn boombladeren groen?
Geraadpleegd door: Joris van Elferen
Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur. Excepteur sint occaecat cupidatat non proident, sunt in culpa qui officia deserunt mollit anim id est laborum.Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur. Excepteur sint occaecat cupidatat non proident, sunt in culpa qui officia deserunt mollit anim id est laborum.Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipisicing elit, sed do eiusmod tempor incididunt ut labore et dolore magna aliqua. Ut enim ad minim veniam, quis nostrud exercitation ullamco laboris nisi ut aliquip ex ea commodo consequat. Duis aute irure dolor in reprehenderit in voluptate velit esse cillum dolore eu fugiat nulla pariatur. Excepteur sint occaecat cupidatat non proident, sunt in culpa qui officia deserunt mollit anim id est laborum.
Concreet antwoord op de vraag: noteer hier kort en bondig het antwoord op de vraag, begin met het herhalen van de vraag.

§3.3 LITERATUURLIJST

Maak een (alfabetische) lijst van alle bronnen die je tijdens het onderzoek geraadpleegd hebt. 
Bij elke bron moet een korte beschrijving staan waarom deze bron nuttig was voor je onderzoek. Dit hoofdstuk zal tijdens de opdracht steeds groter worden. Je noteert immers iedere geraadpleegde bron. Een bron kan ook een afbeelding, een video of een persoon zijn. 
De literatuurlijst ziet er als volgt uit: 

Titel bron: noteer hier de naam van de bron
URL/ISBN: noteer hier de URL naar de bron of de ISBN code van de bron
Schrijf hier in maximaal twee zinnen wat het nut is van deze bron en welke informatie je hier gevonden hebt.

 


HOOFDSTUK 4: PLANNING 
[IDENTIEK AAN N2]

Het maken van een echte planning is echt heel erg lastig. Soms heb je een heel goed idee van hoeveel tijd een activiteit kost maar meestal is het erg moeilijk om te weten hoe lang je met een onderdeel bezig bent. Het maken van een planning is dan ook meer het afspraken maken over deadlines dan dat je echt weet hoe lang je ergens voor nodig hebt.

Kijk bij het maken van een planning heel erg goed naar de opdrachten die je niet thuis kunt doen. Het maken van een maquette is vooral werk dat op school gedaan moet worden. Probeer met elkaar in te schatten hoeveel tijd je hiervoor nodig hebt. Maak vervolgens een afspraak wanneer je hiermee gaat starten. Alle stappen die voor de maquette vallen moeten dus voor die tijd afgerond zijn.

Maak afspraken wanneer deze deelopdrachten klaar zijn en wanneer iets niet af komt in de les...... dan heb je gewoon na school wat extra werk te verrichtten.

Maak als je alle afspraken gemaakt hebt een overzichtelijke tabel met een grove planning voor het hele project. Gebruik de echte weeknummers. Houd rekening met vakanties en eventuele vrije dagen!

Tijdens het project houd je bij hoe het daadwerkelijke project verloopt. Je past je planning dus steeds aan.

Houd er rekening mee dat je aan het eind van het project een logboek in moet leveren! Je kunt gebruik maken van de logboek builder van SCIENCE-WEB om gemakkelijk met je team een logboek bij te houden.

 


HOOFDSTUK 5: Bijlagen

Tot slot is er een hoofdstuk genaamd "bijlagen".

De volgende dingen kun je bijvoorbeeld in de bijlagen stoppen:

Wanneer dit hoofdstuk gevuld is, is je Plan van Aanpak klaar.

 

 


NOG EVEN DIT........ AFBEELDINGEN

Natuurlijk is het gebruik van afbeeldingen erg leuk. Je kunt, waar je wilt, afbeeldingen invoegen. Let er wel op dat je niet te veel afbeeldingen gebruikt en dat je alleen afbeeldingen gebruikt die iets toevoegen aan je verslag. Zet in een bijschrift wat er in de afbeelding te zien is. Wanneer je grafieken of tabellen gebruikt en je verwijst er naar in de tekst is het raadzaam om met een afbeeldingsnummering te werken.

Maar hoeveel afbeeldingen moet en kan je gebruiken? Houd als regel aan dat je per twee bladzijden maximaal één afbeelding gebruikt als illustratie. Met een illustratie wordt bedoelf dat de afbeelding geen echt nut heeft maar dat hij de tekst breekt of de boel opfleurt. Wanneer je nuttige afbeeldingen hebt, zoals foto's van je maquette dan is er geen maximum aantal afbeeldingen.

 


NOG EVEN DIT........ HOE VERMELD JE BRONNEN?

De uitgebreidere bronvermelding binnen verslagen is pas een vereiste in klas 5 en 6. Het is natuurlijk slim om dit zo snel mogelijk te leren!

Verwijzen naar bronnen doe je op twee plaatsen in het document:

  1. In de tekst, direct na de tekst die je overgenomen hebt en
  2. aan het eind van het document in een literatuurlijst.

Er zijn verschillende (wetenschappelijke) systemen om te citeren. In het onderwijs worden de regels van de APA het meest gebruikt (American Psychological Association; zie http://apastyle.apa.org). Hieronder worden enkele regels daarvan uitgelegd. Het is de bedoeling dat je de onderstaande manier van verwijzen ook toepast in jouw verslag.

CITEREN IN DE TEKST.

Kortere citaten (één of twee zinnen) zet je tussen dubbele aanhalingstekens en neem je op in de tekst. Langere citaten maak je los van de overige tekst met witregels. Bovendien laat je zo’n citaat inspringen. In beide gevallen vermeld je van de bijbehorende bron de achternaam (of -namen) van de auteur(s), het publicatiejaar en de paginanummers tussen haakjes. Wanneer de bron van het internet afkomt volstaat een websitenaam en een URL.

Voorbeelden:

“Communicatie is geen doel op zichzelf” (Ponte, 2002, p. 63)

“De overgang van traditionele naar ‘slanke’ of socio-technische productieconcepten is ook een overgang van meer gesloten naar meer open varianten.” (Onstenk, 1997, pp. 60-61)

“Per deelopdracht maak je een opmerkingenformulier waarop een registratie bijgehouden kan worden van de besteedde tijd. Een formulier beslaat 1 pagina A4 die je achter in het voorstelverslag stopt.” (Science-web | Solidedge; http://www.science-web.nl/solidedge/index.php/verslagen-schrijven/het-voorstelverslag).

Parafraseren in de tekst

Parafraseren is het op eigen wijze weergeven van de ideeën van anderen. Dit doe je als volgt:

 

  • In het geval van een bron met één auteur: achternaam met publicatiejaar vermelden.

 

Bijvoorbeeld: Volgens Ponte (2002)….

Of: Dit betekent in veel gevallen dat … (Ponte, 2002).

 

  • In het geval van een bron met meerdere auteurs:

 

Bijvoorbeeld: Volgens Nauta en Giesing (2006) …

Of: Dit betekent in veel gevallen dat …(Nauta & Giesing, 2006)

 

  • In het geval van een indirecte bron: je verneemt van de ideeën van Paulissen via een artikel van Janssen, noteer je dat als volgt:

 

Paulissen veronderstelt dat …(1989, in Janssen, 1990).

Verwijs niet te vaak naar indirecte bronnen; probeer zo veel mogelijk de oorspronkelijke bron te achterhalen.

 Literatuurlijst (URL/ISBN)

Vermeld elke bron waarnaar je in de tekst verwijst ook in de (alfabetische) literatuurlijst achteraan in je verslag. De daar vermelde referenties beginnen altijd met de achternamen en voorletters van de auteurs, tussen haakjes gevolgd door het publicatiejaar en de titel van de publicatie (boek, artikel, webpagina, enz.). Wat daarna nog vermeld wordt hangt af van het type bron:

 

  • boek: vermeld de plaats van uitgave en de naam van de uitgever. Vermeld de titel van het boek cursief;
  • artikel in een tijdschrift: vermeld de naam van het tijdschrift cursief, gevolgd door het nummer (ook cursief) en de pagina’s die het artikel beslaat;
  • webpagina: vermeld de URL (het webadres) en de datum waarop je de pagina geraadpleegd hebt.

 

N.B. Bronnen die gebruikt zijn dienen niet in de literatuurlijst voor te komen.

Voorbeelden:

Boeken:

 

  • Ponte, P. (2002). Onderwijs van eigen makelij: Procesboek actieonderzoek in scholen en opleidingen. Soest: Nelissen.
  • Onstenk, J. (1997) Lerend leren werken: Brede vakbekwaamheid en de integratie van leren, werken en innoveren. Delft: Uitgeverij Eburon.
  • Warries, E. & Pieter, J.M. (1992). Inleiding instructietheorie. Amsterdam: Swets & Zeitlinger. 

 

Artikelen:

 

  • Van Aalsvoort, J. (2000). Wat er niet inzit, kan er ook niet uit komen: Waarom problemen in het scheikunde-onderwijs niet opgelost worden. NVOX, 4, 185-190.
  • Schommer, M. (1998). The influence of age and schooling on epistemological beliefs. The British Journal of Educational Psychology, 68, 551-562.

 

Webpagina’s:

 

  • http://nieuwescheikunde.nl/mediatheek/00013/eenhoorndocument.pdf; gelezen: December 14, 2006

 

TOT SLOT

Als er geen auteursnaam te achterhalen is, vervang deze in de regels hierboven dan door de titel van de bron tussen dubbele aanhalingstekens (zowel in de tekst als in de literatuurlijst). Als er geen publicatiejaar te achterhalen is, vermeld dan i.p.v. dat jaartal de afkorting ‘n.d.’ (‘no date’).

 

Auteurs: J.E. van Elferen & L. Janssen
Datum: 27-10-2014
Laatste aanpassing: 17-07-2016

Creative Commons-Licentie
Dit werk van Science-web.nl valt onder een Creative Commons Naamsvermelding-NietCommercieel-GelijkDelen 4.0 Internationaal-licentie.

Kopiëren en/of verspreiden van deze informatie, in welke vorm dan ook, is alleen toegestaan indien u voldoet aan de licentievoorwaarden, tenzij nadrukkelijk, schriftelijk, anders is overeengekomen. 
Een link naar dit artikel wordt door ons wel zeer gewaardeerd.